Het gaat ‘ronduit slecht’ met de natuur in Nederland. Wat zijn de vier belangrijkste problemen?

Rapport Raad voor de leefomgeving en infrastructuur De natuur verdwijnt en verschraalt. Het aantal dieren, planten en schimmels neemt snel af door bebouwing, aanleg van wegen en intensieve landbouw.

Uit: NRC Andre van der Zande , Em hoogleraar Wageningen en oud directeur Min. van Landbouw. Donderdag 24 maart.

Bescherming van dergelijke natuurgebieden lukt niet goed, omdat voor planten en dieren het essentieel is dat ook het omringende land in goede staat verkeert.
Op het eerste gezicht ziet Nederland er behoorlijk groen uit, zegt André van der Zande, emeritus hoogleraar ruimtelijke planning en cultuurhistorie aan de Wageningen University. Groene weiden. Rivieren. De otter terug. De ooievaar ook.
Maar in werkelijkheid staat de natuur in Nederland er vreselijk slecht voor, zegt Van der Zande. „Complete ecosystemen staan op instorten.” Samen met collega’s van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) onderzocht Van der Zande het Nederlandse natuurbeleid, dat voor schone lucht, gezond voedsel, schoon drinkwater en voldoende natuur moet zorgen. De bevindingen zijn woensdag gedeeld met de minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof, VVD). De Rli heeft het advies opgesteld in opdracht van het Rijk.
Het gaat „ronduit slecht” met de natuur, staat in het Rli-advies. De natuur verdwijnt en „verschraalt”. Het aantal dieren, planten en schimmels neemt snel af door de bebouwing, aanleg van wegen en intensieve landbouw. In Nederland verdwijnt meer natuur dan gemiddeld in Europa.
Zo verdwijnen de natuurdoelen voor de komende vijf jaar uit beeld, volgens het Rli. De uitbreiding van het aantal hectares natuurgebied loopt niet op schema. De bescherming en instandhouding van vogelsoorten, wilde dieren- en plantensoorten en beschermde natuurgebieden gaat moeizaam. En het herstellen van de ecologische waterkwaliteit, zoals afgesproken in de Kaderrichtlijn Water in 2000 en waar Nederland voor 2027 aan moet voldoen, dreigt te mislukken.
Nederlandse rivieren, meren, plassen en kanalen voldoen niet aan de Europese normen, zeiden deskundigen afgelopen zaterdag in NRC. De waterkwaliteit is op veel plaatsen zo slecht dat dit tot boetes van tientallen miljoenen euro’s uit Brussel kan leiden. Als de waterkwaliteit niet beter wordt, kan dit leiden tot een ‘watercrisis’, waarbij bouwprojecten stil komen te liggen, net als bij de huidige stikstofcrisis.
Wat zijn de vier belangrijkste problemen?

  1. Het natuurbeleid richt zich te veel op de beschermde natuurgebieden.
    De beschermde Natura-2000 gebieden zijn een netwerk van Europese natuurgebieden, Nederland telt er ruim 160. De bescherming daarvan lukt niet goed, omdat ze onderdeel uitmaken van landelijke grotere ecosystemen. Voor planten en dieren in beschermd gebied is het essentieel dat ook het omringende land in goede staat verkeert, zegt emeritus hoogleraar Van der Zande. „Dieren zoeken daar hun voedsel.”
    Lees ook:Nederland riskeert watercrisis in 2027
    Het Rijk moet zich dus ook buiten de beschermde natuurgebieden inzetten voor betere natuur, óók in de steden. Dit moet worden vastgelegd in regionale plannen, zegt Van der Zande. Hij sprak een werkloze, alleenstaande moeder zonder auto uit Almere. Zij komt met kinderen de stad niet uit, zegt Van der Zande. „De Oostvaardersplassen [zo’n dertig kilometer verderop] is al te ver.”
  2. Het Nederlands natuurbeleid wordt gerund als een eigen winkeltje.
    Het beleid rond natuur moeten worden gekoppeld aan andere grote opgaven, vindt Van der Zande, zoals de klimaat- en stikstofproblematiek. En de woningbouwopgave: voor 2030 moeten een miljoen woningen worden gerealiseerd. Dat moet op een natuurinclusieve manier gebeuren, zegt Van der Zande, zodat de natuur niet wordt geschaad.
    Voor het oplossen van de klimaat- en stikstofproblematiek heeft het kabinet-Rutte IV 60 miljard euro gereserveerd. Volgens het Rli moet dat geld ook gebruikt kunnen worden voor beter natuurbeleid.
    Een goed voorbeeld van hoe verschillende problemen in één klap kunnen worden opgelost, is het schiereiland dat elf jaar terug voor Kijkduin bij Den Haag is aangelegd. Deze grote duin beschermt de kust tegen het water, maar is ook een recreatiegebied én zorgt voor een grotere verscheidenheid aan planten, dieren en schimmels.
  3. Economische overwegingen geven vaak de doorslag.
    Het rijk beschouwt natuur te veel als „kostenpost”, volgens de Rli. Zo worden landbouwsubsidies die een negatieve invloed hebben op de natuur, verstrekt aan boeren, zegt Van der Zande. Volgens het advies moet subsidiegeld aan boeren veel meer worden verbonden aan duurzaamheidsvereisten, inclusief natuurdoelen. De boeren die land en natuur goed verzorgen, worden dan extra financieel beloond.
    Ook moet aan boeren die veel stikstof uitstoten een ‘stikstofheffing’ worden opgelegd, vindt de Rli. En er kunnen zwaardere heffingen worden gehanteerd voor industrie die grondwater onttrekt.
    Lees ook dit essay:Wat is natuur nog in dit land?
  4. Gemeenten, provincies en het Rijk werken slecht samen op natuurgebied.
    Sterker: ze zijn soms elkaars concurrenten. Zo kocht de provincie Noord-Brabant, omdat ze te weinig stikstofruimte had voor de bouw van een industriepark, stiekem boerderijen op in Noord-Holland, Drenthe en Zeeland.
    Op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten natuurdoelen worden gesteld, die het rijk in de gaten houdt. Als deze doelen overtreden worden, volgt dan een sanctie.
    We zijn onze natuur aan het vernietigen, zegt Van der Zande. Kinderen dreigen op te groeien in een natuurloze stad. En dieren en planten verdwijnen. Neem de merel, zegt hij, die is inmiddels bedreigd, een „doodnormale vogel”. „Als dit zo doorgaat, eindigen we met een paar kraaien en brandnetels.”